Doelvastje persoonlijke doelcoach
Inloggen
← Kennisbank Methode

De Harada-methode in gewoon Nederlands

Van één groot doel naar acht gebieden en dagelijkse acties: dat is de hele methode, en je kunt hem vandaag nog op een A4 zetten. Hieronder staat hoe dat werkt, waarom het werkt, en een voorbeeld dat je kunt nadoen.

Het begint met één zin

Je hebt vast wel eens een lijst gemaakt met alles wat je dit jaar wilt. Gezonder, meer sparen, een betere baan, vaker bellen met je zus. Na drie weken ligt de lijst in een la. Niet omdat je lui bent. Een lijst heeft geen volgorde, geen onderlinge samenhang en geen plek in je week.

De Japanse leraar en atletiekcoach Takashi Harada begon het andersom. Eerst één doel, in één zin, dat jij zelf kiest en dat je over een jaar of twee nog steeds wilt. Dat doel zet je in het midden. Daaromheen zet je de gebieden waarin dat doel moet gebeuren. Bij Harada zijn dat er acht, en onder elk gebied acht acties: vierenzestig vakjes op één blad. Harada noemt dat blad het Open Window 64.

Dat is alles. Eén doel in het midden, gebieden eromheen, acties eronder.

Gebieden, acties en gewoontes

Een gebied is een plek in je leven waar het doel zichtbaar moet worden. Gezondheid. Werk. Geld. De mensen om je heen. Het huis. Hoeveel gebieden je gebruikt, is jouw keuze. Harada werkt met acht. Wie het voor zijn eigen leven doet, komt vaak op minder uit, en dat is prima.

Onder elk gebied staan twee soorten dingen, en het helpt om ze uit elkaar te houden.

Dat verschil lijkt klein. Het is het verschil tussen een to-do-lijst die leeg raakt en een dagritme dat blijft staan. Wie ze door elkaar haalt, vindt zijn bord na een maand óf verstopt, óf leeg.

Bij elk gebied hoort ook een korte tekst in je eigen woorden: waarom dit ertoe doet. Geen slogan. Twee of drie zinnen die jij zou herkennen op een slechte dag. Op de dag dat je geen zin hebt, lees je niet je actielijst terug, maar die tekst.

Een voorbeeld dat je kunt nadoen

Stel, je doel is: in mei twintig kilometer kunnen wandelen zonder pijn.

Je zet vijf gebieden om dat doel heen.

  1. Gezondheid. Actie: de knie laten nakijken. Gewoonte: elke dag een half uur lopen.
  2. Werk. Actie: met je leidinggevende afspreken dat je op donderdag om vier uur weg mag. Gewoonte: elke middag om half vier je laptop dichtklappen.
  3. Geld. Actie: goede schoenen kopen en één keer per jaar vervangen. Gewoonte: elke maand een vast bedrag opzij voor de wandelreis.
  4. Mensen. Actie: één vriend vragen of hij in mei meeloopt. Gewoonte: zaterdagochtend samen lopen, als het kan.
  5. Huis. Actie: de rugzak en de regenjas bij de deur zetten. Gewoonte: de avond ervoor de tas inpakken.

Kijk wat er gebeurt. Het grote doel is niet kleiner geworden. Maar je weet nu wat je morgen doet, en waarom. En je ziet dat de gebieden elkaar helpen. De vriend maakt het lopen leuker, het lopen maakt de knie sterker, de vaste middag maakt ruimte vrij. Niet stapelen, maar weven.

Eén ding om te onthouden: je hoeft niet alle gebieden tegelijk te voeden. Kies per periode er twee of drie. Een gebied dat even leeg blijft, is informatie en geen falen. Het zegt iets over waar je energie nu zit.

Waarom dit werkt, en waar het misgaat

Het werkt omdat het bord laat zien hoe het ene het andere draagt. Je ziet in één blik dat een doel niet alleen een kwestie van wilskracht is, maar van een rooster, een gesprek, een paar schoenen en een vriend. Het werkt ook omdat het klein genoeg is om dagelijks te doen. Een actie van tien minuten win je van een voornemen van een jaar.

Het gaat mis op een plek die je niet meteen verwacht: bij het bord zelf. Je kunt weken schaven aan de indeling, de woorden mooier maken, de kleuren aanpassen. Dan is het plannen het werk geworden en is het doel op de achtergrond geraakt. Dat is geen verwijt. Het is een signaal om terug te gaan naar de eerstvolgende kleine actie.

Het bord is ook nooit af. Je kijkt er wekelijks naar, je ziet wat werkte en wat niet, en je past aan. Dat is in feite een heel oude manier van werken die Deming plan-doe-bestudeer-pas aan noemde. Hoe die week aanpassen in tien minuten gaat, staat in het artikel over de weekreview.

Bronnen

← Terug naar de kennisbank