Doelvastje persoonlijke doelcoach
Inloggen
← Kennisbank Gewoontes

Waarom streaks je uiteindelijk tegenwerken

Een reeks van achtereenvolgende dagen voelt als vooruitgang, tot de dag dat hij breekt. Wat de gedragswetenschap daarover zegt, is niet dat reeksen slecht zijn. Wel dat ze een slechte maat zijn voor wat je eigenlijk wilt: dat iets blijft hangen. Hieronder staat waarom, en wat je er in plaats van kunt bijhouden.

De dag dat het getal naar nul gaat

Je loopt negenentwintig dagen achter elkaar. Dan ben je ziek, of de trein valt uit, of je bent gewoon moe. Dag dertig mis je. Het getal staat weer op nul.

Wat doe je dan? De meeste mensen doen niets. Ze beginnen een dag later niet opnieuw, en een week later ook niet. Het getal was het enige bewijs dat het werkte, en het bewijs is weg.

Dat is vreemd, als je erover nadenkt. Eén gemiste dag in dertig verandert niets aan wat je lichaam geleerd heeft. Wel verandert hij iets aan wat je jezelf gaat vertellen.

Wat de onderzoeken wél laten zien

Er is één onderzoek dat hier steeds weer opduikt, en terecht. Phillippa Lally en haar collega's volgden in 2010 (European Journal of Social Psychology) zesennegentig mensen die een nieuwe gewoonte oppakten, zoals een stuk fruit bij de lunch of een wandeling na het eten. Gemiddeld duurde het zesenzestig dagen voordat iets vanzelf ging, maar de spreiding was groot: van achttien tot tweehonderdvierenvijftig dagen. En dit is het punt: één gemiste dag deed er niet merkbaar toe. Wie na een misser gewoon doorging, kwam bijna even ver.

Dat past bij twee oudere bevindingen.

Daniel Kahneman en Amos Tversky beschreven in 1979 dat een verlies zwaarder weegt dan een even grote winst. Een reeks van dertig dagen is iets wat je kunt verliezen. Het getal verandert van een bijproduct in een bezit, en dan ga je het beschermen in plaats van het ding zelf te doen. Dat verband met reeksen is een redenering, geen uitkomst van hun onderzoek; het past wel precies op wat mensen na een gebroken reeks vertellen.

Alan Marlatt en Judith Gordon beschreven in 1985, in onderzoek naar terugval bij verslaving, het abstinence violation effect: de neiging om na één uitglijder alles op te geven, omdat de uitglijder voelt als bewijs dat je het toch niet kunt. Een reeks maakt die uitglijder alleen maar zichtbaarder, omdat hij het getal op nul zet.

Je kunt hier een Nederlands woord bij zoeken: het alles-of-niets-effect. Eén misser en dan maar helemaal niet meer.

Het probleem zit in het systeem, niet in de persoon

Hier wordt het interessant. Een reeks meet een persoon: heb jij het vandaag gedaan, ja of nee? Maar de meeste gemiste dagen hebben een oorzaak die buiten de persoon ligt. De trein, de koorts, het kind dat 's nachts wakker was, het huis zonder rustige hoek.

Dat is het oude inzicht van W. Edwards Deming, die in The New Economics (1993) schreef dat de meeste problemen in een organisatie voortkomen uit het systeem en niet uit de mensen die erin werken. Als je dat toepast op jezelf, is een gemiste dag geen oordeel over jou. Het is informatie over het systeem. Wat zat er in de weg? Wat kan ik veranderen, zodat het de volgende keer lukt?

Een reeks stelt die vraag nooit. Een reeks stelt alleen: lukte het? Zo wordt een mislukking een eindoordeel in plaats van een aanwijzing.

Wat je in plaats daarvan bijhoudt

Je hoeft de data niet weg te gooien. Je hoeft alleen een andere maat te kiezen. Drie suggesties, in volgorde van gemak.

De vuistregel "mis nooit twee keer" van James Clear (Atomic Habits, 2018) gaat dezelfde kant op: één misser is niets, twee op een rij is het begin van een nieuwe gewoonte. Het is een bruikbare vuistregel, mits je hem als regel leest en niet als nieuwe reeks.

Een reeks is een middel

Er zijn mensen voor wie een reeks goed werkt. Zij vinden het leuk om hem te zien groeien, en ze komen de dag erna gewoon terug. Dan is er niets aan de hand. Maar wie merkt dat hij na een misser afhaakt, doet zichzelf een plezier met een andere maat.

Het gaat niet om de dertig dagen. Het gaat erom dat je er over een jaar nog steeds mee bezig bent.

Bronnen

  • Phillippa Lally, Cornelia van Jaarsveld, Henry Potts en Jane Wardle, How are habits formed: Modelling habit formation in the real world, European Journal of Social Psychology 40 (2010), 998-1009: https://doi.org/10.1002/ejsp.674
  • Daniel Kahneman en Amos Tversky, Prospect Theory: An Analysis of Decision under Risk, Econometrica 47 (1979), 263-291: https://www.jstor.org/stable/1914185
  • G. Alan Marlatt en Judith R. Gordon (red.), Relapse Prevention: Maintenance Strategies in the Treatment of Addictive Behaviors (Guilford Press, 1985). Een overzicht van het model en het abstinence violation effect: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6760427/
  • W. Edwards Deming, Out of the Crisis (MIT Press, 1986) en The New Economics for Industry, Government, Education (MIT Press, 1993), over het aandeel van het systeem in wat misgaat.
  • James Clear, Atomic Habits (Avery, 2018), hoofdstuk over herstellen als een gewoonte breekt; kort op zijn site: https://jamesclear.com/second-mistake
← Terug naar de kennisbank